Dag 118: 2355.8 -> 2393.1 (Snoqualmie Pass)

26 augustus 2018 - Snoqualmie, Washington, Verenigde Staten


Ik had gisteren mijn tent eerder opgezet dan ik had gepland omdat alle begroeiing nat was. Toen ik wakker werd en merkte hoe akelig nat en koud de wanden van mijn tent waren, wist ik dat vandaag een zware dag zou worden. 
Toen ik alle natte zooi in mijn tas had gepropt en ik zonder warme koffie aan de wandel begon, had ik reeds besloten wat ik vandaag zou doen: in één keer door naar Snoqualmie. Het regende de gehele dag. 
Ik had geen regenkleding om me droog te houden en daarom had ik maar één mogelijkheid om warm te blijven: blijven lopen. 
Zonder onderbreking, behalve het sporadisch bijvullen van mijn waterfles, liep ik in een ruk door naar het volgende dorpje Snoqualmie (zonder onderbreking, in een ruk; een bewust stijlfiguur). Met snelle vaart legde ik de 37.3 mijl naar Snoqo af. Ik was ‘s ochtends laat opgestaan. Ik had me er pas rond half acht toe kunnen zetten om de natte, koude buitenwereld tegemoet te gaan. 
Rond 20:30 kwam ik aan in Snoqualmie. Van bovenop een skipiste keek ik neer op het kleine dorpje. De oranje gloed van de brandende lampen nodigde uit om een eindsprint naar een van de huizen te trekken. Het schrille contrast tussen de ijzige duisternis waar ik me in bevond en deze warme gloed van huiselijkheid deed me realiseren hoe ellendig ik me voelde. Na 13+ uur in dit weer te hebben gelopen, was het de status quo om bij het openen van een Snickersverpakking de chocoladereep eerst drie maal te laten vallen alvorens ik een scheurtje in de verpakking wist te krijgen. Het was een delicaat evenwicht om hard genoeg te knijpen om de Snickers uit zijn beschermhoes te krijgen, maar zeker NIET te hard te knijpen wat een hevige verkramping van mijn tot ijslollies verworden vingers zou veroorzaken. 
Ik voelde me ellendig. Maar het was niet alleen de kou en nattigheid die mijn armzalige gevoel teweeg bracht. Omdat ik geforceerd was om constant meters te blijven maken om de kou te bestrijden, had ik geen tijd gehad om voldoende te eten. 
Honger dreef me om de laatst mijlen te overbruggen, en het was honger die me leidde naar een kleine supermarkt in Snoqualmie die tevens fungeerde als pizzeria. 
De meest appetijtelijke pizza puttanesca (een persoonlijke favoriet) die je je kunt bedenken, kwam niet eens dichtbij het genot dat ik kreeg van de bescheiden calzone die ik in recordtempo naar binnen werkte. 
De endorfines barstte los in mijn hoofd en het was alsof ik met de lieve Heer hemzelf op een witte wolk vertoefte. 
Het koste me een poos voordat ik weer naar buiten durfde. Ik ging op zoek naar een hostel waar een south bound hiker me over had verteld, maar waarvan de locatie niet bekend was bij google. Ik liep langs de snelweg en auto’s reden in hoog tempo door de regen. Elke auto kondigde zichzelf aan met dat archetypisch geluid van rubberen banden op een nat wegdek. Ik liep onder een viaduct van de snelweg en de korte pauze van de regen was zalig. Maar al gauw voelde ik de druppels weer. 
Het duurde een half uur voordat ik het opgaf. Ik liep een parkeerplaats op en zette mijn tent op in de regen, naast een openbaar toilet. 
Toen ik eindelijk horizontaal lag, was ik dankbaar voor de slaap die me snel meenam. 
 

Foto’s